Rohan Graeffly is een multidisciplinair kunstenaar die niet louter met (stilstaand of bewegend) beeld werkt, met objecten, maar ook met geluid en tekst. Zijn werken zijn installaties. Ongeacht de vorm die hij kiest, is het thema meestal Identiteit en Herinnering. Hierdoor ontstaat in zekere zin een verband tussen zijn werken.
Zijn meer recenter werk bezit een totaal andere dimensie. Als een beeldenstormer benadert hij het thema Identiteit met kritische blik. Hij bekijkt met een eigenzinnig, haast rauw gevoel van humor wat de condition humaine beïnvloedt. Het gebruik van diverse media dient als het ware zijn visie op de wereld en op het alledaagse, zelfs zijn onbegrip voor de orde der dingen.
Intieme fotoreeks met tekst “De vlucht” (La Fuite)
Het begon met een jonge kapitein in de Zwitserse Garde onder paus Clemens VIII.
Hij vluchtte als eerste, in 1603.
Door hem hadden alle generaties die volgden met het familiale dogma van de vlucht te kampen.
Niet een van ons die aan het onverklaarbare ‘lot’ wist te ontsnappen, dat het leven ons heeft opgelegd.
Mijn overgrootouders vluchtten uit het verliezende kamp; hun kinderen, in de oorlog die daarop volgde.
Vluchten, dat deden ook mijn ouders.
Vluchten was niks voor mij.
Dat wist ik zeker, zelfgenoegzaam als ik was.
Ik had immers niks om voor te vluchten.
Ik kende enkel familiale conflicten en de dramatiek van elke dag.
Toch was ik de hele tijd op de vlucht, ik was een banneling.
Mijn geest waarde rond.
Ik zocht heinde en ver of ik er niet was. Ik trok zo ver ik kon, maar vond er niets.
Eigenlijk was er geen plek ver genoeg, en dus gaf ik het op.
Ik gaf toe dat ik moest blijven, of er zou geen opvolging meer zijn.
Mezelf blijven, van waar ik was, dat is de vlucht begrijpen.
Nieuw werk 'Gehavende voorwerpen' (Objets meurtris)
Deze reeks portretten en voorwerpen gaat over de pijn die in de achtergebleven voorwerpen schuilt, door het verlies van hun eigenaar.
Ze zijn niet langer heel, hun structuur is zwak. Zwak, door de verse open wonden die nog bloeden door het wegvallen van hun eigenaar.
De objecten zijn tegelijk pronkstukken en votiefgeschenken. Ze herinneren aan de pijn die met ziekte gepaard gaat en het verlies na de dood.
Ze getuigen ook van het lijden van de voorwerpen die hun functie hebben verloren. Een functie die wegviel door het overlijden van hun eigenaar of door de ziekte die hen teisterde.
Deze objecten horen samen met de portretten van hun overleden eigenaar.
Beide installaties behandelen het thema identiteit, de mijne en die van anderen. Maar het eerste werk is tegelijk het begin van het tweede. Beide gaan over de perceptie van identiteit en zich identificeren.
Meer informatie over Rohan Graeffly kan je lezen in zijn biografie
Klik hier voor meer foto's.








